Noorwegen is een ongeëvenaard wandelwalhalla, maar toch lijken veel toeristen enkel oog te hebben voor het illustere trio Trolltunga, Preikestolen en Kjeragbolten. Akkoord, die wandelingen zijn fenomenaal, de uitzichten zijn om van te duizelen en de kiekjes zijn instant Instagram-hits. Toch heeft het feeërieke fjordenland nog een vigintiljoen alternatieve wandelingen die minder toeristisch, maar even indrukwekkend zijn. Hierbij lijst ik onze vijf vijfsterrenhikes op, waar één constante continu klatert: een absolute abundantie aan wonderlijke watervallen.
1️⃣ Stølsheimen – zonder pottenkijkers glooien tussen continu nieuwe werelden
Beginnen doen we in een van Noorwegens allerbest bewaarde geheimen: het beschermde landschap van Stølsheimen. Net ten zuiden van het immense Sognefjord rijst dit magische heuvelgebied op tot 1.300 meter boven zeeniveau. Een onmetelijk glooiend landschap vol rivieren, meren, watervallen, afwisselend groene oases, dan weer zwartbruine rotsen en hier en daar zelfs ’s zomers sneeuwperkjes. Wat het gebied nog mooier maakt, is dat het zo ongerept is. Tijdens onze tweedaagse wandeling kwamen wij gedurende onze eerste dag geen levende ziel tegen (buiten veel nieuwsgierige schapen) en op de tweede dag nog geen handvol Noren. Voor buitenlandse toeristen is dit nagenoeg onontgonnen terrein. Volstrekt onterecht, want deze regio bekoorde ons het allermeest, maar des te genoeglijk om je alleen in deze sprookjeswereld te mogen wanen.


Zelfs de weg naar de startplaats van deze absoluut aan te raden tweedaagse hike, is een avontuur op zich. Aan het Skjelingavatnet-meer verlaat je de 13-weg (van Voss naar Vik), waarna je twintig minuten over een steenslagbaantje laveert tot je tussen twee meertjes de natuurlijke Bjergane-parkeerplaats bereikt. Van hieruit begint de 38 kilometer lange (met rode T’s) gemarkeerde route Bjergane – Selhamar – Åsedalen – Rappen – Bjergane, waarbij de tussenstops Selhamar en Åsedalen geëquipeerde hutten van de Noorse Trekking Association zijn, terwijl Rappen een zomerboerderij is.

Na een pittige kuitenbijter richting de eerste sneeuw (jawel, Jan De Wilde, we wrijven onze ogen uit), opent het wonderbaarlijk weidse heuvelspektakel zich meteen. Aan je linkerflank slingert een rivier magisch mooi door het groen naar de einder, terwijl rechts de prominente Raudberg bruin afsteekt tegen de omgeving. Na negen kilometer bereik je op een landengte tussen twee meren de DNT-hut Selhamar, waar je bij zeldzaam goed weer de plaatselijke kano kan lenen voor een vaarpartijtje. Het wandelrestant van de eerste dag is virtuoos: klauteren over door de Raudberg verstoten rotsblokken, enkele rivieroversteken (nat word je sowieso!) en vervolgens een chaleureuze campingspot opbouwen. Wij kiezen voor een beschut plekje boven het Geitdalsvatnet, waar een wederom wondermooie waterval ons in slaap wiegt.

Ook het tweede Stølsheimen-luik ontgoochelt geen seconde. Na een gezapige opwarmer langs enkele meren in het dal (hoewel gezapig relatief is in dit drassige landschap) begint bij de Åsedalen-hut een heerlijke klim waar je 350 meter stijgt in de onmiddellijke nabijheid van een waterval die vanop dat beoogde hoogplateau naar beneden kalefatert. Bovenop geniet je enkele kilometers lang van een open rotslandschap dat als ideale verrekijker richting het met nevelen doorweven Sognefjord opereert. Bij de idyllisch gelegen zomerboerderij Rappen (die vroeger klaarblijkelijk veel meer bedrijvigheid uitstraalde dan nu) duik je de laatste stonden door groene oases en rivierdalen in. Deze ongerepte natuurpracht zonder toeristenstromen is jouïsseren pur sang!




Waar kan ik het GPX-bestand van deze wandeling vinden?
Wandeldag 1: https://www.strava.com/activities/12296622425
Wandeldag 2: https://www.strava.com/activities/12296637357
2️⃣ Skomakarnibbå – fenomenaal boven het fjord, in je uppie
Je kan ervoor kiezen om als een dertien-in-een-dozijntoerist op Preikestolen 600 meter boven het Lysefjord te staan, omringd door tientallen anderen. Of je opteert 75 kilometer noordelijker voor Skomakarnibbå, waar je uiteindelijk op de Rots van de Schoenmaker 740 meter diep het Jøsenfjord ontwaart. Deze onontgonnen hike was onze Noorse opener, wegens het meest zuidelijk gelegen, maar wat voor één!



Na een ritje van een kronkelend kwartier vanuit Hjelmeland (waar je magnifiek kan kamperen met zicht op diverse fjordententakels) kan je parkeren aan het door schapen bewaakte Hagalivatnet-meer. De initiële groene loper is bekoorlijk vals plat, waarna je over een lengte van drie kilometer 500 heugelijke hoogtemeters voorgeschoteld krijgt. Langs en dwars over enkele kabbelende stroompjes klauter je het plateau op. Voor je boven bent, kruisen een moeras (dat soms wel, dan weer niet met houten vlonders gestut is) en een puntig priemende rots (waar je je op handen en voeten heel even langs een onbeschut stuk wurmt) het pad.
Eenmaal boven de bomengrens, gidsen struikjes en mossen je verder door een surreëel nat rotslandschap. Een hooggelegen panoramameertje leent zich tot een picknick en/of schuilen tegen de regen. Na een laatste V-beweging rond de fjordenklif baan je je een wonderlijke weg naar de Rots van de Schoenmaker en de nog iets hoger gelegen inuksuk. Het Jøsenfjord en vele andere fjordenarmen duizelen prachtig in de diepte en verte. Een wandelopener om U tegen te zeggen!
Waar kan ik het GPX-bestand van deze wandeling vinden?
https://www.strava.com/activities/12254968360
3️⃣ West-Hardangervidda: alternatieve koningsroute, met grootse waterval als epicentrum

Het hoogplateau van Hardangervidda mag onder geen enkel beding ontbreken in je Noorse reisplanning. Het is natuurpracht en -kracht van de zuiverste soort, waar zich op 1.000 meter boven zeeniveau opeens een nagelnieuwe wereld opstapelt. Je kan dat oorbare oord vanaf talloze richtingen bedwingen. Wij kiezen voor uitvalsbasis Lofthus, een boomgaardbastion dat vruchtbaar tussen het Sørfjord en West-Hardangervidda geprangd is. Vanop onze campingspot hebben we niet enkel een geprivilegieerd zicht op het fjord, maar bovenal ook op de Skrikjofossen-waterval, die zich in twee hectometerhoge etages vanop het hoogplateau naar beneden stort.

Die Skrikjofossen-waterval vormt het letterlijke hoogtepunt van onze dagvullende Hardangerviddahike (van 20 kilometer), want we stappen er letterlijk overheen net voor ze zich over de plateaurand uitstort. Voor het zover is, moet je natuurlijk eerst het hoogplateau op, goed voor een klimmetje van 100 meter boven zeeniveau naar een kilometer boven zeeniveau. Dat klimmende decor is enig: laaggelegen appelgaarden, steile bospaadjes die loodrecht het zenit opzoeken (neem die leuke kuitenbijters, niet de serviceweg eromheen), uitgehouwen monnikstrappen (de Munketreppene) en een fjordenview vanuit het Nosi-arendsnest.
De verwelkoming bovenop Hardangervidda kan niet hartelijker zijn: de wilde Rjukan-waterval zegent je voor ze als Oppo-waterval helemaal de dromerige dieperik induikt. Terwijl je op adem komt van de beklimming, word je terstond de adem ontnomen. Gegarandeerd! Aan deze waterval heb je trailmatig drie opties: noordelijk daalt de Koninginnetrail weer af, zuidelijk ontdekt de Koningstrail het hart van Hardangervidda en rechts de Oppo-hangbrug over verkent een blauwgemarkeerd pad de bevallige (en watervallige) plateaurand. Wij nemen die blauwe afslag. Het is merkbaar de minst gangbare route, want de signalisatie is niet bijster legio en op de moerassige ondergrond is het soms speuren naar het gevormde pad. Foutlopen is echter schier onmogelijk, zolang je de klifrand blijft volgen.


Gedurende vier kilometer laaf je je hier fantastisch aan de eerder bezongen Rjukanwaterval, terwijl je tussen meertjes, over mossige rotsjes en enkele honderden meters effectief over de klifrichel voortschrijdt. Na die rigoureuze richelroede komt Skrikjofossen echt piepen. Hier zie je mooi hoe de relatief rustige plateaurivier plotsklaps als een malle over de rand valt en alzo voor een feestelijke neerwaartse aanblik zorgt. Geniaal om ’s ochtends nog vanuit kikvors- en nu vanuit vogelperspectief dit waterspektakel te aanschouwen. Voor de Skrikjofossen-oversteek zoek je best een voor jou comfortabel aanvoelende stek uit. Wij kiezen (net als de voetstappen voor ons) voor een plekje enkele tientallen meters links van de officieel uitgebaande crossing. Je schoenen zullen sowieso al nat zijn, dus over droge voeten hoef je niet te hoeden.
Na deze oversteek ligt Hardangervidda weer aan je voeten: zuidelijk vooruit doemen enkele besneeuwde toppen op (die beschermd worden door berggeiten), links wenken enkele grotere meren verleidelijk en rechts wuift de Kråkestien-wand je Hardangervidda af. Laat de aandacht niet verslappen, want deze steeds groener wordende Kråkestien-afdaling is niet van de poes. Wij maken er enkele keren kennis met de zompige grond. Wat extra nattigheid kan geen kwaad. Via Ullensvang laveer je ten slotte weder naar Lofthus, waar Skrikjofossen nog steeds onverstoorbaar mooi waarneembaar is.


Waar kan ik het GPX-bestand van deze wandeling vinden?
https://www.strava.com/activities/12265554049
Als je meerdere dagen in West-Hardangervidda verblijft (doen!), loont het ook de moeite om vijftien minuten noordelijk te rijden naar Kinsarvik. Daar vind je een watervalwalhalla-hike. Op amper vijf kilometer klim je langs drie indrukwekkende watergiganten: Tveitafossen, Nyastølfossen en Nykkjesøyfossen. Zowel de watervallen als het pad zijn om bij te duizelen, qua uitzicht en qua steiltegraad. Terugkeren kan via dezelfde weg of via een breder kronkelende serviceweg.
Het GPX-bestand van die watervalwandeling vind je via https://www.strava.com/activities/12272326673

4️⃣ Aurlandsdalen: driedaagse van hooggelegen niemandsland (via de sneeuw) door een ravissant rivierdal
Vraag aan de Noren wat hun favoriete meerdaagse hike is en de kans is groot dat ze Aurlandsdalen aanprijzen. Toch is deze driedaagse queeste allesbehalve toeristisch platgetreden. Dat de startplaats van deze 56 kilometer lange lijnwandeling niet supersimpel bereikbaar is, draagt daaraan bij. Richting de start nemen wij eerst de scenische treinroute van het übertoeristische Flåm naar Myrdal (ook de rit zelf is iets te toeristisch in onze ervaring, met zelfs een fotostop bij een waterval van dertien in een dozijn) en vervolgens de befaamde Bergen-trein tot de stop in Finse. Speciaal is Finse sowieso, want dit prachtige pietluttige plaatsje op 1.200 meter hoogte is enkel per trein, per fiets of te voet te bereiken. Automobilisten vangen hier bot. Aan de zuidoever van het Finsevatnet-meer kampeer je prachtig net onder de imposante Hardangerjøkulen-gletsjer, die het noordpunt van Hardangervidda markeert.

De driedaagse Aurlandsalen-hike gaat globaal in dalende lijn, maar de eerste etappe denkt daar anders over. Vanuit Finse is het eerst zes kilometer fameus fabuleus klimmen door een zowel groen, grijs als sneeuwwit waterige wereld, die zich het best als buitenaards laat omschrijven. Wij waren er begin september, laat in het seizoen, waardoor de sneeuwlapjes schaars waren. Wandel je er in het begin van de zomer, dan bedekt het witte deken een groot deel van deze klim. Tijdens de noordelijke afdaling worden de gletsjermeren steeds talrijker en het landschap eveneens weer mossiger, tot de Geiteryghytta je na 17 kilometer in de armen sluit.
Als wildkampeerders accelereren we nog vijf kilometer verder, terwijl de eerste impressies van het Aurlandsdal links voorbijglijden. Bij de Bolhovd-heuvel vinden we op een zeldzaam vlak richeltje een idyllische kampementspot. Als avondlijk aperootje is het een prachtige tip om die puist nog even op te hossen. Je zal het je niet beklagen.





Onze tweede etappe valt helaas letterlijk danig in het water. Immense regenbuien en felle windvlagen nemen ons de wind uit de zeilen. Waarschijnlijk gestuwd door die ongunstige factoren vinden we het landschap hier ook minder indrukwekkend: ietwat eentonig flaneer je op de heuvelkam door malle moddermassa’s. Het Aurlandsdal zelf blijft wel indrukwekkend, met zowel links als rechts fluks oprijzende kammen. Helaas ontsiert een hoogspanningslijn dat zicht enkele kilometers lang. Onze ietwat bedrukte stemming kantelt gelukkig weer goedhartig door een Sherlock Holmes-fanatieke barman in de Steinbergdalshytta, een tapdansende lemming (wiens oorlogsdansje eerder humoristisch dan angstaanjagend is) en een Scrabble-spektakelspel in de Aurlandsdalen Turisthytta, die als onderkomen ons kletsnatte tentje vervangt.


Van eentonigheid heb je gelukkig gedurende de derde en laatste wandeldag geen nanoseconde last. 17 dalende kilometers lang groeten watervalletjes in het steeds groener wordende dal je klaterend gedag. Deze laatste etappe volgt een imposante trail die al sinds de 14de eeuw door heuvelgrage boeren bestierd wordt. Gedynamiteerde rotsdoorgangen en door de snel stromende rivier uitgesleten kolkgaten loodsen je via enkele zomerboerderijen (waar de schapen nu hun eigen baas zijn) naar de fjordenfinish bij Vassbygdi. Beneden in de bewoonde wereld aangekomen, sijpelt nogmaals het besef binnen hoe duizelingwekkend divers en grillig de Noorse natuur door de era’s heen gevormd is.





Waar kan ik het GPX-bestand van deze wandeling vinden?
Wandeldag 1: https://www.strava.com/activities/12308428690
Wandeldag 2: https://www.strava.com/activities/12315430820
Wandeldag 3: https://www.strava.com/activities/12330266064
5️⃣ Galdhøpiggen – On top of Scandinavië
Eindigen doen we met een hyperhallucinant hoogtepunt, letterlijk het hoogste punt van Scandinavië. De Galdhøpiggen-beklimming is de minst verborgen parel in dit lijstje, want ’s zomers bedwingen dagelijks een honderdtal mensen de top. Toch verdient Galdhøpiggen zonder enige twijfel een lofzang, want de hoge totaalervaring is onevenaarbaar.


De pret begint al bij het aanrijden: op de scenische 55-route tussen Gaupne en Lom priemen de Jotunheimen-pieken fenomenaal aan de horizon. Een met putten doorweven tolwegje voert je recht het hart van dit berglandschap in. De toeristenhut Spiterstulen is het zenuwstelsel van het gebied, idyllisch gelegen aan een gletsjerrivier tussen de twee hoogste Noorse toppen in (Galdhøpiggen aan de westzijde en Glittertind aan de oostzijde). Daags voor de bergqueeste kan je er je tentje neerpoten. Wees er niet te laat bij, want vlakke lapjes gras zijn er niet bij de vleet.

De tocht zelf is zowel cijfermatig als prozaïsch ontzagwekkend. Vanuit Spiterstulen klim je 1.500 hoogtemeters over zes kilometer, tot een Scandinavische recordhoogte van 2.458 meter boven zeeniveau. Aanvattend laveer je vanuit het ‘base camp’ de groene richel op die de echte toppen aan het zicht onttrekt (hier gaan alle jasjes al uit). Eenmaal die eerste horde genomen, wordt er een immens mooie bergloper uitgerold. Over rotsen hotsend en klauterend voel je het gletsjerwater onder je heen stromen. Na een kwieke vier kilometer klimmen, word je links en rechts omringd door ijzige gletsjers. Vooral de Styggebreengletsjer aan de rechterkant is een begrip. Over die ijsvlakte kan je (vanuit de Juvasshytta) ook een begeleide Galdhøpiggen-aanval doen.


Richting de tussentijdse Keilhaus-top is het even pittig klimmen én afdalen, waarna het plafond van Scandinavië nog maar enkele lendenrukken verwijderd is. Bovenop dat noordelijke dak valt het uitzicht nagenoeg niet te beschrijven. Witte en zwarte reuzen poseren trots zover het oog rijkt. De terugtocht verloopt over hetzelfde pad, maar door het omgekeerde stramien word je alsnog slag om slinger verrast door de omgeving. En ben je stiekem trots dat je deze heftige helling enkele uren eerder naar boven geslopen hebt. Wij deden heen en terug acht uur over deze grandioze Galdhøpiggen-hike, veel mooier gevuld kan een dag niet zijn.

Waar kan ik het GPX-bestand van deze wandeling vinden?
https://www.strava.com/activities/12342067810
De volledige overzichtskaart van onze Noorse wandelingen vind je hier:


























![20191023_074118[1]](https://opreisnaarhetaardsparadijs.com/wp-content/uploads/2020/03/20191023_0741181.jpg)