🇳🇴 Verken vijf Noorse (waterval)wandelingen om van te watertanden

Noorwegen is een ongeëvenaard wandelwalhalla, maar toch lijken veel toeristen enkel oog te hebben voor het illustere trio Trolltunga, Preikestolen en Kjeragbolten. Akkoord, die wandelingen zijn fenomenaal, de uitzichten zijn om van te duizelen en de kiekjes zijn instant Instagram-hits. Toch heeft het feeërieke fjordenland nog een vigintiljoen alternatieve wandelingen die minder toeristisch, maar even indrukwekkend zijn. Hierbij lijst ik onze vijf vijfsterrenhikes op, waar één constante continu klatert: een absolute abundantie aan wonderlijke watervallen.

1️⃣ Stølsheimen – zonder pottenkijkers glooien tussen continu nieuwe werelden

Beginnen doen we in een van Noorwegens allerbest bewaarde geheimen: het beschermde landschap van Stølsheimen. Net ten zuiden van het immense Sognefjord rijst dit magische heuvelgebied op tot 1.300 meter boven zeeniveau. Een onmetelijk glooiend landschap vol rivieren, meren, watervallen, afwisselend groene oases, dan weer zwartbruine rotsen en hier en daar zelfs ’s zomers sneeuwperkjes. Wat het gebied nog mooier maakt, is dat het zo ongerept is. Tijdens onze tweedaagse wandeling kwamen wij gedurende onze eerste dag geen levende ziel tegen (buiten veel nieuwsgierige schapen) en op de tweede dag nog geen handvol Noren. Voor buitenlandse toeristen is dit nagenoeg onontgonnen terrein. Volstrekt onterecht, want deze regio bekoorde ons het allermeest, maar des te genoeglijk om je alleen in deze sprookjeswereld te mogen wanen.

Zelfs de weg naar de startplaats van deze absoluut aan te raden tweedaagse hike, is een avontuur op zich. Aan het Skjelingavatnet-meer verlaat je de 13-weg (van Voss naar Vik), waarna je twintig minuten over een steenslagbaantje laveert tot je tussen twee meertjes de natuurlijke Bjergane-parkeerplaats bereikt. Van hieruit begint de 38 kilometer lange (met rode T’s) gemarkeerde route Bjergane – Selhamar – Åsedalen – Rappen – Bjergane, waarbij de tussenstops Selhamar en Åsedalen geëquipeerde hutten van de Noorse Trekking Association zijn, terwijl Rappen een zomerboerderij is.

Na een pittige kuitenbijter richting de eerste sneeuw (jawel, Jan De Wilde, we wrijven onze ogen uit), opent het wonderbaarlijk weidse heuvelspektakel zich meteen. Aan je linkerflank slingert een rivier magisch mooi door het groen naar de einder, terwijl rechts de prominente Raudberg bruin afsteekt tegen de omgeving. Na negen kilometer bereik je op een landengte tussen twee meren de DNT-hut Selhamar, waar je bij zeldzaam goed weer de plaatselijke kano kan lenen voor een vaarpartijtje. Het wandelrestant van de eerste dag is virtuoos: klauteren over door de Raudberg verstoten rotsblokken, enkele rivieroversteken (nat word je sowieso!) en vervolgens een chaleureuze campingspot opbouwen. Wij kiezen voor een beschut plekje boven het Geitdalsvatnet, waar een wederom wondermooie waterval ons in slaap wiegt.

Ook het tweede Stølsheimen-luik ontgoochelt geen seconde. Na een gezapige opwarmer langs enkele meren in het dal (hoewel gezapig relatief is in dit drassige landschap) begint bij de Åsedalen-hut een heerlijke klim waar je 350 meter stijgt in de onmiddellijke nabijheid van een waterval die vanop dat beoogde hoogplateau naar beneden kalefatert. Bovenop geniet je enkele kilometers lang van een open rotslandschap dat als ideale verrekijker richting het met nevelen doorweven Sognefjord opereert. Bij de idyllisch gelegen zomerboerderij Rappen (die vroeger klaarblijkelijk veel meer bedrijvigheid uitstraalde dan nu) duik je de laatste stonden door groene oases en rivierdalen in. Deze ongerepte natuurpracht zonder toeristenstromen is jouïsseren pur sang!

Waar kan ik het GPX-bestand van deze wandeling vinden?

Wandeldag 1: https://www.strava.com/activities/12296622425

Wandeldag 2: https://www.strava.com/activities/12296637357


2️⃣ Skomakarnibbå – fenomenaal boven het fjord, in je uppie

Je kan ervoor kiezen om als een dertien-in-een-dozijntoerist op Preikestolen 600 meter boven het Lysefjord te staan, omringd door tientallen anderen. Of je opteert 75 kilometer noordelijker voor Skomakarnibbå, waar je uiteindelijk op de Rots van de Schoenmaker 740 meter diep het Jøsenfjord ontwaart. Deze onontgonnen hike was onze Noorse opener, wegens het meest zuidelijk gelegen, maar wat voor één!

Na een ritje van een kronkelend kwartier vanuit Hjelmeland (waar je magnifiek kan kamperen met zicht op diverse fjordententakels) kan je parkeren aan het door schapen bewaakte Hagalivatnet-meer. De initiële groene loper is bekoorlijk vals plat, waarna je over een lengte van drie kilometer 500 heugelijke hoogtemeters voorgeschoteld krijgt. Langs en dwars over enkele kabbelende stroompjes klauter je het plateau op. Voor je boven bent, kruisen een moeras (dat soms wel, dan weer niet met houten vlonders gestut is) en een puntig priemende rots (waar je je op handen en voeten heel even langs een onbeschut stuk wurmt) het pad.

Eenmaal boven de bomengrens, gidsen struikjes en mossen je verder door een surreëel nat rotslandschap. Een hooggelegen panoramameertje leent zich tot een picknick en/of schuilen tegen de regen. Na een laatste V-beweging rond de fjordenklif baan je je een wonderlijke weg naar de Rots van de Schoenmaker en de nog iets hoger gelegen inuksuk. Het Jøsenfjord en vele andere fjordenarmen duizelen prachtig in de diepte en verte. Een wandelopener om U tegen te zeggen!

Waar kan ik het GPX-bestand van deze wandeling vinden?

https://www.strava.com/activities/12254968360


3️⃣ West-Hardangervidda: alternatieve koningsroute, met grootse waterval als epicentrum

Het hoogplateau van Hardangervidda mag onder geen enkel beding ontbreken in je Noorse reisplanning. Het is natuurpracht en -kracht van de zuiverste soort, waar zich op 1.000 meter boven zeeniveau opeens een nagelnieuwe wereld opstapelt. Je kan dat oorbare oord vanaf talloze richtingen bedwingen. Wij kiezen voor uitvalsbasis Lofthus, een boomgaardbastion dat vruchtbaar tussen het Sørfjord en West-Hardangervidda geprangd is. Vanop onze campingspot hebben we niet enkel een geprivilegieerd zicht op het fjord, maar bovenal ook op de Skrikjofossen-waterval, die zich in twee hectometerhoge etages vanop het hoogplateau naar beneden stort.

Die Skrikjofossen-waterval vormt het letterlijke hoogtepunt van onze dagvullende Hardangerviddahike (van 20 kilometer), want we stappen er letterlijk overheen net voor ze zich over de plateaurand uitstort. Voor het zover is, moet je natuurlijk eerst het hoogplateau op, goed voor een klimmetje van 100 meter boven zeeniveau naar een kilometer boven zeeniveau. Dat klimmende decor is enig: laaggelegen appelgaarden, steile bospaadjes die loodrecht het zenit opzoeken (neem die leuke kuitenbijters, niet de serviceweg eromheen), uitgehouwen monnikstrappen (de Munketreppene) en een fjordenview vanuit het Nosi-arendsnest.

De verwelkoming bovenop Hardangervidda kan niet hartelijker zijn: de wilde Rjukan-waterval zegent je voor ze als Oppo-waterval helemaal de dromerige dieperik induikt. Terwijl je op adem komt van de beklimming, word je terstond de adem ontnomen. Gegarandeerd! Aan deze waterval heb je trailmatig drie opties: noordelijk daalt de Koninginnetrail weer af, zuidelijk ontdekt de Koningstrail het hart van Hardangervidda en rechts de Oppo-hangbrug over verkent een blauwgemarkeerd pad de bevallige (en watervallige) plateaurand. Wij nemen die blauwe afslag. Het is merkbaar de minst gangbare route, want de signalisatie is niet bijster legio en op de moerassige ondergrond is het soms speuren naar het gevormde pad. Foutlopen is echter schier onmogelijk, zolang je de klifrand blijft volgen.

Gedurende vier kilometer laaf je je hier fantastisch aan de eerder bezongen Rjukanwaterval, terwijl je tussen meertjes, over mossige rotsjes en enkele honderden meters effectief over de klifrichel voortschrijdt. Na die rigoureuze richelroede komt Skrikjofossen echt piepen. Hier zie je mooi hoe de relatief rustige plateaurivier plotsklaps als een malle over de rand valt en alzo voor een feestelijke neerwaartse aanblik zorgt. Geniaal om ’s ochtends nog vanuit kikvors- en nu vanuit vogelperspectief dit waterspektakel te aanschouwen. Voor de Skrikjofossen-oversteek zoek je best een voor jou comfortabel aanvoelende stek uit. Wij kiezen (net als de voetstappen voor ons) voor een plekje enkele tientallen meters links van de officieel uitgebaande crossing. Je schoenen zullen sowieso al nat zijn, dus over droge voeten hoef je niet te hoeden.

Na deze oversteek ligt Hardangervidda weer aan je voeten: zuidelijk vooruit doemen enkele besneeuwde toppen op (die beschermd worden door berggeiten), links wenken enkele grotere meren verleidelijk en rechts wuift de Kråkestien-wand je Hardangervidda af. Laat de aandacht niet verslappen, want deze steeds groener wordende Kråkestien-afdaling is niet van de poes. Wij maken er enkele keren kennis met de zompige grond. Wat extra nattigheid kan geen kwaad. Via Ullensvang laveer je ten slotte weder naar Lofthus, waar Skrikjofossen nog steeds onverstoorbaar mooi waarneembaar is.

Waar kan ik het GPX-bestand van deze wandeling vinden?

https://www.strava.com/activities/12265554049

Als je meerdere dagen in West-Hardangervidda verblijft (doen!), loont het ook de moeite om vijftien minuten noordelijk te rijden naar Kinsarvik. Daar vind je een watervalwalhalla-hike. Op amper vijf kilometer klim je langs drie indrukwekkende watergiganten: Tveitafossen, Nyastølfossen en Nykkjesøyfossen. Zowel de watervallen als het pad zijn om bij te duizelen, qua uitzicht en qua steiltegraad. Terugkeren kan via dezelfde weg of via een breder kronkelende serviceweg.

Het GPX-bestand van die watervalwandeling vind je via https://www.strava.com/activities/12272326673


4️⃣ Aurlandsdalen: driedaagse van hooggelegen niemandsland (via de sneeuw) door een ravissant rivierdal

Vraag aan de Noren wat hun favoriete meerdaagse hike is en de kans is groot dat ze Aurlandsdalen aanprijzen. Toch is deze driedaagse queeste allesbehalve toeristisch platgetreden. Dat de startplaats van deze 56 kilometer lange lijnwandeling niet supersimpel bereikbaar is, draagt daaraan bij. Richting de start nemen wij eerst de scenische treinroute van het übertoeristische Flåm naar Myrdal (ook de rit zelf is iets te toeristisch in onze ervaring, met zelfs een fotostop bij een waterval van dertien in een dozijn) en vervolgens de befaamde Bergen-trein tot de stop in Finse. Speciaal is Finse sowieso, want dit prachtige pietluttige plaatsje op 1.200 meter hoogte is enkel per trein, per fiets of te voet te bereiken. Automobilisten vangen hier bot. Aan de zuidoever van het Finsevatnet-meer kampeer je prachtig net onder de imposante Hardangerjøkulen-gletsjer, die het noordpunt van Hardangervidda markeert.

De driedaagse Aurlandsalen-hike gaat globaal in dalende lijn, maar de eerste etappe denkt daar anders over. Vanuit Finse is het eerst zes kilometer fameus fabuleus klimmen door een zowel groen, grijs als sneeuwwit waterige wereld, die zich het best als buitenaards laat omschrijven. Wij waren er begin september, laat in het seizoen, waardoor de sneeuwlapjes schaars waren. Wandel je er in het begin van de zomer, dan bedekt het witte deken een groot deel van deze klim. Tijdens de noordelijke afdaling worden de gletsjermeren steeds talrijker en het landschap eveneens weer mossiger, tot de Geiteryghytta je na 17 kilometer in de armen sluit.

Als wildkampeerders accelereren we nog vijf kilometer verder, terwijl de eerste impressies van het Aurlandsdal links voorbijglijden. Bij de Bolhovd-heuvel vinden we op een zeldzaam vlak richeltje een idyllische kampementspot. Als avondlijk aperootje is het een prachtige tip om die puist nog even op te hossen. Je zal het je niet beklagen.

Onze tweede etappe valt helaas letterlijk danig in het water. Immense regenbuien en felle windvlagen nemen ons de wind uit de zeilen. Waarschijnlijk gestuwd door die ongunstige factoren vinden we het landschap hier ook minder indrukwekkend: ietwat eentonig flaneer je op de heuvelkam door malle moddermassa’s. Het Aurlandsdal zelf blijft wel indrukwekkend, met zowel links als rechts fluks oprijzende kammen. Helaas ontsiert een hoogspanningslijn dat zicht enkele kilometers lang. Onze ietwat bedrukte stemming kantelt gelukkig weer goedhartig door een Sherlock Holmes-fanatieke barman in de Steinbergdalshytta, een tapdansende lemming (wiens oorlogsdansje eerder humoristisch dan angstaanjagend is) en een Scrabble-spektakelspel in de Aurlandsdalen Turisthytta, die als onderkomen ons kletsnatte tentje vervangt.

Van eentonigheid heb je gelukkig gedurende de derde en laatste wandeldag geen nanoseconde last. 17 dalende kilometers lang groeten watervalletjes in het steeds groener wordende dal je klaterend gedag. Deze laatste etappe volgt een imposante trail die al sinds de 14de eeuw door heuvelgrage boeren bestierd wordt. Gedynamiteerde rotsdoorgangen en door de snel stromende rivier uitgesleten kolkgaten loodsen je via enkele zomerboerderijen (waar de schapen nu hun eigen baas zijn) naar de fjordenfinish bij Vassbygdi. Beneden in de bewoonde wereld aangekomen, sijpelt nogmaals het besef binnen hoe duizelingwekkend divers en grillig de Noorse natuur door de era’s heen gevormd is.

Waar kan ik het GPX-bestand van deze wandeling vinden?

Wandeldag 1: https://www.strava.com/activities/12308428690

Wandeldag 2: https://www.strava.com/activities/12315430820

Wandeldag 3: https://www.strava.com/activities/12330266064


5️⃣ Galdhøpiggen – On top of Scandinavië

Eindigen doen we met een hyperhallucinant hoogtepunt, letterlijk het hoogste punt van Scandinavië. De Galdhøpiggen-beklimming is de minst verborgen parel in dit lijstje, want ’s zomers bedwingen dagelijks een honderdtal mensen de top. Toch verdient Galdhøpiggen zonder enige twijfel een lofzang, want de hoge totaalervaring is onevenaarbaar.

De pret begint al bij het aanrijden: op de scenische 55-route tussen Gaupne en Lom priemen de Jotunheimen-pieken fenomenaal aan de horizon. Een met putten doorweven tolwegje voert je recht het hart van dit berglandschap in. De toeristenhut Spiterstulen is het zenuwstelsel van het gebied, idyllisch gelegen aan een gletsjerrivier tussen de twee hoogste Noorse toppen in (Galdhøpiggen aan de westzijde en Glittertind aan de oostzijde). Daags voor de bergqueeste kan je er je tentje neerpoten. Wees er niet te laat bij, want vlakke lapjes gras zijn er niet bij de vleet.

De tocht zelf is zowel cijfermatig als prozaïsch ontzagwekkend. Vanuit Spiterstulen klim je 1.500 hoogtemeters over zes kilometer, tot een Scandinavische recordhoogte van 2.458 meter boven zeeniveau. Aanvattend laveer je vanuit het ‘base camp’ de groene richel op die de echte toppen aan het zicht onttrekt (hier gaan alle jasjes al uit). Eenmaal die eerste horde genomen, wordt er een immens mooie bergloper uitgerold. Over rotsen hotsend en klauterend voel je het gletsjerwater onder je heen stromen. Na een kwieke vier kilometer klimmen, word je links en rechts omringd door ijzige gletsjers. Vooral de Styggebreengletsjer aan de rechterkant is een begrip. Over die ijsvlakte kan je (vanuit de Juvasshytta) ook een begeleide Galdhøpiggen-aanval doen.

Richting de tussentijdse Keilhaus-top is het even pittig klimmen én afdalen, waarna het plafond van Scandinavië nog maar enkele lendenrukken verwijderd is. Bovenop dat noordelijke dak valt het uitzicht nagenoeg niet te beschrijven. Witte en zwarte reuzen poseren trots zover het oog rijkt. De terugtocht verloopt over hetzelfde pad, maar door het omgekeerde stramien word je alsnog slag om slinger verrast door de omgeving. En ben je stiekem trots dat je deze heftige helling enkele uren eerder naar boven geslopen hebt. Wij deden heen en terug acht uur over deze grandioze Galdhøpiggen-hike, veel mooier gevuld kan een dag niet zijn.

Waar kan ik het GPX-bestand van deze wandeling vinden?

https://www.strava.com/activities/12342067810

De volledige overzichtskaart van onze Noorse wandelingen vind je hier:

🏝🇫🇷 Belle-Île-en-Mer doet zijn naam (meer dan) alle eer aan

Van alle 369 GR-routes in Frankrijk (die meer dan 60.000 kilometers wandelpret belichamen), verkozen de Fransen dit jaar de GR340 op het Bretoense eiland Belle-Île-en-Mer tot hun meest geprefereerde wandelpad.

Hebben onze zuiderburen smaak qua stappen of gooien ze er met hun jeu de boules naar? Onze eigen GR 340-ervaring leert dat het elysische eilandpad met recht en rede bekroond is! Tachtig sensationele kilometers lang (of te kort) zwabbert de route gezwind langs de kolossaal kartelende kust, waarbij je je als nietige passant vergaapt aan en een weg baant door betoverende baaitjes (met 58 uniek ingesneden stranden) en roemrijke rotsen die uit de Atlantische Oceaan oprijzen. Als klap op de vuur(toren)pijl vind je er de meest bangelijke bivakplaatsen.

Voor ik samen met mijn weergaloze wandelkameraad Lukas die wondermooie wit-rode weg kon inslaan, hadden we eerst nog een autorit van acht uur voor de boeg. Via de prachtig hellende Pont de Normandie (die over de in het Kanaal uitmondende Seine loopt) en de eufemistisch genaamde reposplaats Aire du Mont Saint-Michel (van waaruit het getijdeneiland helaas allerminst zichtbaar was), komen we 750 kilometer zuidwestelijker aan op het schiereiland Quiberon.

Een ware zondvloed kluistert ons nog iets langer aan de wagen, maar eenmaal we een halfuur later alsnog de ferry richting Belle-Île ophoppen, verdwijnt de regen als sneeuw voor de zon. Achtereenvolgens gidsen duchtig dartelende dolfijnen ons naar de eilandelijke hoofdplaats Le Palais, voert een feeëriek kronkelpad ons van de kaai naar de camping en ultiem begeleiden een heerlijk happy hour en bijhorend kletterende karaokeavond (waar het zowaar verplicht is om op je stoel te dansen) ons naar dromenland.

👣 Le Palais – Plage de Stêr Vraz (21 km)

Via de naar hem genaamde chaleureuze citadel doet vestingmeester Vauban ons uitgeleide uit Le Palais. Om duidelijk te maken dat het pad voorts (gelukkig) geen stedelijke allures heeft, verschaft een Moria-achtige poort ons toegang tot het stante pede relatief ruige kustpad. De eerste panoramische aanblik is er een om van te watertanden: een minuscuul strandje dat lieflijk geprangd ligt tussen de karakteristieke, krioelende kliffen en de van azuur- tot opaalblauw transformerende oceaan. Langs zeven gelijkaardige, maar toch totaal verschillende, diepgelegen strandinhammen dalen en klauteren we verder naar de Pointe de Taillefer, waar een ruïneus fort (dat 300 jaar geleden gebouwd werd door Vauban – uiteraard – en tachtig jaar geleden dienst deed  als Duitse Atlantikwall-defensie) zich tot exploratie leent.

Gedurende de rest van de route naar de noordelijke ronding van Belle-Île-en-Mer trakteren we onszelf op een gerechtvaardigd gerstenatje in Port Jean (waar zwemmers, zeilboten en zeemeeuwen een paringsritueel doen) en een boekweitpannenkoek in de excessieve baai van Sauzon. Eenmaal onze innerlijke mens versterkt, bereiken we de plek die zowat alle Belle-Île-brochures siert: de vuurtoren op de Pointe des Poulains. Op dit schiereilandje, dat bij hoogtij in zee verzinkt, voel je je nietig in aanwezigheid van de “tegen de rotsen botsende klotsende hotsende watermassa, basis van alles en van heel wat gedichten”, om auteur Jeroen Theunissen treffend te citeren. Machtig mooi in al zijn natuurlijke eenvoud!

Langs een uitdagend golfterrein (dat aan alle elementen is overgeleverd), slaan we af op zoek naar een geschikte bivakplaats. Geschikt blijkt een uitermate groot understatement als we de Plage de Stêr-Vraz naarstig naderen. Met een verkwikkende zwempartij bij valavond spoelen we al het zweet en stof van ons af, waarna we vanuit een excellent arendsnestje boven de baai genieten van spijs en drank. Zelfs een meeuwenstront op onze tent is snel uit het geheugen en het zeildoek gewist. De ritmisch voorbij wuivende lichtbundels van de vuurtorens van Poulains (in het noorden) en Goulphar (die daags nadien continu ons zuidelijke mikpunt zal zijn) wuiven ons ten slotte gedwee in slaap.

👣 Plage de Stêr Vraz – Port Goulphar (18 km)

Als ware kustwachters flankeren enkele koene kajakkers en een lange colonne zeilschepen ons tijdens de eerste stondes van onze tweede wandeldag. Het is niet toevallig dat het ‘verkeer’ op zee hier iets toeneemt, want aan deze (zuid)westelijke kant van Belle-Île-en-Mer zijn de kliffen nog veel spectaculairder en dieper geërodeerd dan aan de lieflijkere oostkust. Ietwat contradictorisch misschien, maar net door die rijzigere rotsen is het wandelpad hier een tiental kilometer lang egaler, opener en minder glooiend. Al deze baaien naar beneden hotsen zou gekkenwerk zijn. Hoog en droog aanschouwen we ettelijke drijvende stenige kolossen, landtongen en grotten, met de Grotte de l’Apothicairerie als beste medicijn tegen hoogteziekte.

Vanaf de prachtige Port de Borderun wordt de hoogteteller wel weer snedig aangezwengeld (driewerf hoezee!), hetgeen een iets oudere vrouw in ons vizier zelfs ten gronde doet zijgen. Die acute knieval vergoelijkt ze met de (ons ietwat beschuldigende) frase “Ik ben hier in het nadeel met mijn kortere benen!”. Na dat intermezzo voeren onze lange benenwagens ons verder naar het door surfers overspoelde lange zandstrand van Port de Donnant, waar een sanitaire noodstop halleluja-kreten doet opstijgen uit een perfect gesitueerd bosje.

Eens we ons tegoed hebben gedaan aan golfscherende impressies en exquis geplet proviand, zetten we al de eindsprint van deze etappe in. Die laatste penseelstreken over dit gedeelte van het kustpad zijn succulent. De parmantig uit het diepe blauw priemende Aiguilles de Port Coton inspireerden Claude Monet tot een kwartet sfeervolle schilderijen én ons (en een horde toeristen die duidelijk niet de hele GR-route wandelen) tot enkele minder arbeidsintensieve kiekjes. In de rustieke baai van Port Goulphar, die door menigeen als de mooiste inham van het eiland wordt omschreven, houden we nog halt voor onze dagelijks zwemfestijn tussen de voor anker liggende plezierbootjes.

Ons eigen anker slaan we uit (en bijgevolg slaan we onze haringen er in) bovenop de kliffen rond dat zwemparadijs. Na een gastronomisch gevulde pannenkoek en bijhorende degustatieve cider in de charmante Crêperie Coton (waar de gastvrouwen klaarblijkelijk ook gecharmeerd zijn door onze aanwezigheid) zien we de zon nog zwierig en gevarieerd veelkleurig zakken in de zinderende zee.

👣 Port Goulphar – Port Andro (24 km)

“L’étape reine” kondigt zich met veel bravoure en een zwoel opkomend zonnetje aan! Deze zuidelijke kust- en klifstrook wordt met recht en rede de “côte sauvage” genoemd. Het gekkenwerk waarover gisteren sprake wordt vandaag wél bewaarheid, met een amalgaam aan uitgehouwen ezelspaden die de baaien in- en uitslingeren. Een vooruitblik op al dat zware lekkers krijgen we vanaf het meteo- en radarstation op de uitstekende Pointe du Talut: voor ons tekenen krinklende winklende waterdingen kilometerslang het landschap, met aan de einder twee uitstekende Pointes.

Veruit de meest technische aflopende rotswand krijgen we daarna meteen onder onze houvast zoekende voeten geschoven. In de kilometers landinwaarts lopende Port de Kérel-inham doet het GR-pad er alles aan om zo min mogelijk op een begaanbaar pad te lijken. Hemels! Ook nadien volgt een machtige mix tussen stroken waarbij we relatief rustig langs de klifwand marcheren en scènes waarbij we puffend x-aantal summa opklauteren (waarna de voldoening aan de andere kant van de baai des te bevredigender is wanneer we aanschouwen welke ogenschijnlijk loodrechte muur we zonet bedwongen hebben).

Na achttien allesomvattende kilometers, waarbij we tijdens de laatste lendenrukken nog een partij prachtig in de diepte opdoemende stranden passeren, pauzeren we pauselijk op de meest zuidelijke landengte Pointe du Skeul. Waar dit schiereiland vanochtend een microscopisch puntje aan de horizon was, ontwaren we nu mijlenver verwijderd de radarmasten op de Pointe du Talud. Mooi wandelstukkie om het met onderdrijving uit te drukken!

Nu opnieuw noordelijk navigerend, met in de rustig geworden oceaan de kleinere eilanden Houat en Hoedic drijvend én zelfs het Franse vasteland al in zicht, zweven we de plots weer begroeide rotswand af naar onze etappehalte Port Andro. Daar aangekomen (je raadt het wellicht al) is het eerst weer tijd voor oceaanexploratie, gevolgd door campinginauguratie (waar afschuwelijke Annabelle-poppen en een grondig geschrobde eenhoorn ons ietwat uit ons lood slaan) én een door de nodige Leffes geaccompagneerd burgerfestijn. Wat een ontzaglijke topdag!

👣 Port Andro – Le Palais (14 km)

Er wordt weleens beweerd dat het weer onze gemoedstoestand reflecteert. Dat klopt. Ietwat beteuterd als we zijn omdat we al onze laatste dag aanvatten op dit elysische eiland, gaan de hemelsluizen dan ook wagenwijd open terwijl we ons bivak afbreken. Een kwartier later is echter alles alweer (bijna) zonneklaar. Tot spijt van wie het benijdt (hier en daar wordt een viriele vloekterm in het rond geslingerd) en tot jolijt van wie het verheerlijkt, heeft het pad als slotstuk geen zondagse rode loper uitgerold, maar blijft het richting de vuurtoren van Kerdonis en het ultralange Plage des Grands Sables soms subliem steil stijgen.

Na de allerlaatste chocoladebroodjes, die intussen zo flinterdun geplet waren als pannenkoeken, vraatzuchtig te hebben verorberd (waarbij ons middagmaal geïnterrumpeerd werd door een heerschap dat wel heel geniepig uit de bosjes kwam gezwalpt), huppelen we als intussen volleerde klifgeiten de laatste intense inhammen door. Vanaf de rotsige uitloper Pointe du Fort zien we Le Palais opeens vlakbij opdoemen en voor we het goed en wel beseffen struinen we door de smalle steegjes naar onze begin- en eindelijke GR-lantaarnpaal op de scheepskade.

Een afsluitende kasserol Bretoense mosselen in combinatie met een Affligem vormen de perfecte brug tussen dit beminnelijke Belle-Île en onze Vlaamse hofstee. Terwijl wij letterlijk duimen en vingers aflikken, verft een amateurschilder (die ons jandorie voor Duitsers aanziet) aan het tafeltje naast ons een aangenaam aquarel van de havengeul. Het is zeker geen Monet-meesterwerk, maar typeert wel dat Belle-Île-en-Mer vanuit elke hoek (of beter: klif) extreem schilder-, kijk-, begerens- en vooral wandelwaardig is.

De vier etappes schematisch weergegeven:

Majestueus machtige mars: Mullerthal Trail 👣

Smacht je er in deze coronatijden (waarin we ons cocongewijs verschansen) naar om de wijde wereld in te trekken? Wakkert de psychologische roadtriller ‘GR5’ die wanderlustwaakvlam nog feller aan? Trek dan je wandelbottines aan en stap gerust even (eerst virtueel en hopelijk binnen enkele maanden reëel) mee door het werkelijk wonderbaarlijke walhalla dat Mullerthal heet.

Deze Luxemburgse streek (van het Groothertogdom, niet de gouw), die op drie boogscheutelijke uren rijden van onze hoofdstad ligt, wordt met recht en rede klein-Zwitserland gedoopt. Reusachtige rotsformaties, betoverende bossen, kabbelende kreekjes en charmante chateaus wisselen elkaar 112 kilometer (of zo’n 155.000 stappen en een drietal blaren) lang af. Dat alles gegoten in een perfect bewegwijzerd en onderhouden wandelpad: de Mullerthal Trail.

Persoonlijke motivatie: Ik ben begin oktober tijdens drie dagen vrijaf verwachtingsvol aan deze trail begonnen (de Luxemburgse snoodaards hadden zich via gesponsorde berichten mijn Facebook-tijdlijn ingewurmd en zo mijn wandelsonar geactiveerd), maar zonder overdrijven is mijn mond tig keer opnieuw (bijna kwijlend) opengevallen van de variatie van het ongerepte landschap, de kleurschakeringen in de alomtegenwoordige bossen en de manier waarop de route perfect uitgestippeld is. Het wandelpad in zijn geheel heeft écht mijn stoutste wandeldromen waargemaakt. En dat alles in onze spreekwoordelijke achtertuin.

Mullerthal Trail map

🗺️ Puur praktisch: De volledige Mullerthal Trail bestaat uit drie aansluitende lussen van om en bij de veertig kilometer. Voor redelijk geoefende wandelaars is het zeker doenbaar (en heel bevredigend) om elke dag één lus (of een combinatie van halve lussen) rond te wandelen. Maar het is evenzeer perfect mogelijk om te genieten van één route naar keuze, want ze zijn alle drie zonder uitzondering overweldigend mooi. Als avontuurlijk wandelen je dada is (of wordt), loont het enorm de moeite om het oosten van het Groothertogdom met een bezoekje te vergasten. Ontlast nog even je kuiten en laat je hieronder eerst virtueel meevoeren langs de trail…

Dag 1: En route langs oevers, door oerbossen en Meer van dat…

Wie “Echternach” hoort echoën, maakt waarschijnlijk meteen de associatie met een inefficiënte, onnodig traag voortschrijdende processie (althans in de overlevering, want in het echt verloopt de Springprocessie een pak rechtlijniger). Gelukkig denk je er tijdens het eerste deel van de Mullerthal Trail, met Echternach als start- en eindplaats, geen milliseconde aan om op je stappen terug te keren. Na een schietgebedje voor de Sint-Willibrordusbasiliek en bijhorende abdij is het een genot om net voor het ochtendgloren de oevers van de Sauer te volgen (waar aan de overkant ronkende Duitsers van Frühstück, Hühnerbrühe en Pünktlichkeit dromen) en de eerste hectometers van een nog onbekende wandeltocht onder je voeten te zien voorbijglijden.

20191023_074118[1]

Die waterige bühne ruimt als schouwtoneel gauw plaats voor de eerste rotsige bospartijen. Een vermetel voorsmaakje van het hoofdgerecht dat de volgende uren en dagen opgediend zal worden. De natuurlijke glooiingen en in het bos assimilerende trappen loodsen je al snel tussen metershoge rotsformaties met illustere namen als Roudeschlëft en Alkummer. Schitterende kilometers lang slinger je nadien verder weg van de bewoonde wereld, over groenbruine heuvelkammen en door waterige en met mos gedrapeerde dalen.

Ook in de open landschappen die de verschillende bossen met elkaar verbinden, krijgen je ogen uitstekend de kost. Weidse panorama’s, dromerige dorpjes met pittoreske pelgrimskerkjes, maar ook een vos (die eerder schichtig dan sluw oogt), een dozijn dartelende edelherten, een horde haastige hazen en een kudde Angus du Luxembourg-runderen laten zich (althans toen ik er was) graag opmerken.

De laatste tien kilometer van deze eerste sectie laten zich weer kenmerken door diepgewortelde en met gemengd woud dooraderde bosgebieden. Na een welverdiende verpozing op het befaamde Liegebed (waar je zintuigen door werkelijk niets anders geprikkeld worden dan zenmakende en tsjirpende vogelgeluiden) en een laatste stevige, spiraalvormige beklimming in het herfstige Haard-bos, word je getrakteerd op een overweldigend uitzicht op het poëtisch mooie Meer van Echternach. “Ik wil (veel) meer van dit”, is het enige dat na die eerste lus door je gedachten dwaalt.

Dag 2: Het hart van klein-Zwitserland openbaart zich als een dromerig doolhof

Voor doelloos dwalen is er op de tweede dag (waarbij ik de helft van de tweede en derde lus gecombineerd heb) geen tijd en ruimte. Waar de eerste dag zich als een eminente entree had aangeboden, kondigt deze etappe zich aan als een nog hemelser hoofdgerecht. 44 kilometer lang wijzen dieprode M’en de wiegende weg door het echte hart van klein-Zwitserland, van Echternach tot in Beaufort.

Een egaal uitgerolde groene loper richting dat eeuwenoude, onregelmatig bonkende hart van de regio is er niet, want meteen na het verlaten van het stadje kronkelt het pad zich zigzaggend het zwerk in. Naar vlakke paden is het in deze sectie (gelukkig) met een loep speuren. In plaats daarvan krioelen rotsblokken en natuurlijk uitgehouwen treden als in een tunneldans tussen de overhangende bomen door. De meest indrukwekkende passage is de Gorges du Loup, of de Wolfsschlucht, een steile spleet waar wolven weleer hun toevlucht vonden.

Vervolgens verandert het pad in een labyrint van mossige stenen en rotspartijen waar je met veel zin voor antropomorfisme dierlijke en menselijke vormen kan in spotten. Deze doolhofsectie is het deel van de GR5-route dat te zien is in de gelijknamige fictiereeks en waar Lisa haar inscriptie “Good memories are for liars” heeft achtergelaten. Een leuze die ik in deze setting maar moeilijk kan vatten, want aan het wandelpad bewaar ik (en duizenden andere avonturiers) alleen maar fantastische herinneringen. Tot aan het epicentrumdorpje Mullerthal openbaren een amfitheater en een erehaag aan kalkstenen muren en spleten zich nog aan de kijklustige stapper.

Bij de mooi wiekende molen van Mullerthal begint de derde lus (en het tweede deel van mijn dag). Hier maken de door de goden uitgestrooide rotsblokken plaats voor iets vertrouwder aanvoelende bossen. Maar de natuurpracht- en kracht worden er niet minder om: een schilderachtige waterval (de Scheissendëmpel), een kalktufbron en een opgehoogd houten vlonderpad zijn ideaal om de voeten even te laten verpozen.

Wat volgt zijn twee krachtige kuitenbijters, eerst een langgerekte klim door het uitgestrekte en uitermate mooie Marscherwald (waar je je bij momenten echt alleen op de wereld voelt) en een cirkelend ezelspad dat abrupt uitmondt in een weids agrarisch vergezicht, van waaruit het gros van de bewandelde bosgebieden minuscule stipjes lijken.

De resterende twaalf kilometer van deze dagtocht zijn er geen als dertien in een dozijn. Aan het begin en einde van deze sectie wordt het prachtige, maar ook bijwijlen piekende pad (dat intussen door kleurrijke bloemenvelden en onmetelijke akkers slingert) in de schaduw geworpen door twee portretwaardige kasteelruïnes, respectievelijk die van Larochette en Beaufort. Binnen klaroengeschalafstand van die laatste mastodont vormen een typisch Luxemburgse quiche, een abdijbiertje en een nieuwe portie Compeed de perfecte afsluiter van een wonderlijke tweede wandeldag.

Dag 3: Donker, licht en alle schakeringen daartussen kleuren het magische Mullerthal

Meer dan een derde van Luxemburg bestaat uit betoverende bossen (ter vergelijking: in Vlaanderen is dat tien procent, al had ik eigenlijk nog minder verwacht), dus het is niet verwonderlijk dat de Mullerthal Trail je ook op zijn derde sectie (een combinatie van de resterende delen van lussen drie en twee) meteen de bossen tegenover de kasteelvijver van Beaufort binnenloodst.

Gelukkig loert eentonigheid nimmer om de hoek. Terwijl de eerste zonnestralen door het loofwoud priemen, voeren talloze houten brugjes je langs, over en door de zacht kabbelende en meanderende Haupeschbaach-stroom. Een meer dan verkwikkende aanloop naar de apotheose van de driedaagse. Vanaf het dorpje Müllerthal tot Hersberg is het acht adembenemende kilometers lang genieten van de natuurelementen, in een soms gestaag, dan weer stevig oplopend landschap.

In dit zuidelijke zenit van de regio rijzen de rotsen nog woester, hoger en op één of andere manier toch gestructureerder op dan elders. De vallende herfstbladeren kerven eerst een doorgang tussen formaties met blinkende en begeerde namen als Goldkaul en Goldfralay. Volgens de legende biedt een jonkvrouw je hier de sleutels tot een verstopte schat in de donkere krochten van de Goldkaul aan. Voor je koortsachtig het sleutelgat zoekt: de jonkvrouw verschijnt enkel voor wie hier om middernacht ronddwaalt. Een ideetje voor een volgende tocht…

Na de passage langs deze feeërieke doorgangen sluit het bos je pas echt volledig in zijn eeuwenoud wiegende armen. In die mate zelfs dat je tot drie keer toe letterlijk opgeslorpt wordt door de rotsen. In de Rittergang- en de Déiwepëtz-spleten manoeuvreer je letterlijk met je schouders tegen weerszijden van de donkere rotswand naar de andere kant van het massief. Nog spectaculairder is de passage door de Kohlscheuer, waar je een aardedonkere rondedans doorheen de nauwe rotspartij kan voltooien. Zorg hier zeker voor wat gsm- of zaklamplicht als je niet naast een schat aan verhalen en impressies ook enkele builen huiswaarts wil nemen. Na deze verscholen holen brengt een 1.000 jaar oude eik (met een Mariabeeld in zijn opengereten stam) verlichting én een ideale picknickplaats.

De allerlaatste wandeluren word je uiteindelijk getrakteerd op een sublieme samenvatting van al het moois van de voorbije dagen: via een heel lichtrijke sectie, waar de hoogste bomen met de fijnste stammen je gedag wuiven, galoppeert het pad verder in hoefijzervorm langs rijzende rotsen en rivierdalen. Gek genoeg is het in de laatste rechte lijn, die via enkele schitterende panorama’s naar Echternach toe sluipt, dat ik voor het eerst even het pad bijster raak en (graag) verdwaal. Alsof de route en mijn eigen (onder)bewustzijn niet willen dat deze magische Mullerthal Trail een ontknoping kent.

“Mir wëlle bléiwe wat mir sin”, luidt het motto van Luxemburg. “We willen blijven wat we zijn”. Alstublieft ja, Luxemburg, dat deze streek met zijn schitterend uitgetekende wandelroute nog voor eeuwig en drie dagen zo magisch mooi mag blijven als het vandaag de dag is.