šŸšŸ‡«šŸ‡· Belle-Ǝle-en-Mer doet zijn naam (meer dan) alle eer aan

Van alle 369 GR-routes in Frankrijk (die meer dan 60.000 kilometers wandelpret belichamen), verkozen de Fransen dit jaar de GR340 op het Bretoense eiland Belle-Ǝle-en-Mer tot hun meest geprefereerde wandelpad.

Hebben onze zuiderburen smaak qua stappen of gooien ze er met hun jeu de boules naar? Onze eigen GR 340-ervaring leert dat het elysische eilandpad met recht en rede bekroond is! Tachtig sensationele kilometers lang (of te kort) zwabbert de route gezwind langs de kolossaal kartelende kust, waarbij je je als nietige passant vergaapt aan en een weg baant door betoverende baaitjes (met 58 uniek ingesneden stranden) en roemrijke rotsen die uit de Atlantische Oceaan oprijzen. Als klap op de vuur(toren)pijl vind je er de meest bangelijke bivakplaatsen.

Voor ik samen met mijn weergaloze wandelkameraad Lukas die wondermooie wit-rode weg kon inslaan, hadden we eerst nog een autorit van acht uur voor de boeg. Via de prachtig hellende Pont de Normandie (die over de in het Kanaal uitmondende Seine loopt) en de eufemistisch genaamde reposplaats Aire du Mont Saint-Michel (van waaruit het getijdeneiland helaas allerminst zichtbaar was), komen we 750 kilometer zuidwestelijker aan op het schiereiland Quiberon.

Een ware zondvloed kluistert ons nog iets langer aan de wagen, maar eenmaal we een halfuur later alsnog de ferry richting Belle-Ǝle ophoppen, verdwijnt de regen als sneeuw voor de zon. Achtereenvolgens gidsen duchtig dartelende dolfijnen ons naar de eilandelijke hoofdplaats Le Palais, voert een feeĆ«riek kronkelpad ons van de kaai naar de camping en ultiem begeleiden een heerlijk happy hour en bijhorend kletterende karaokeavond (waar het zowaar verplicht is om op je stoel te dansen) ons naar dromenland.

šŸ‘£ Le Palais – Plage de StĆŖr Vraz (21 km)

Via de naar hem genaamde chaleureuze citadel doet vestingmeester Vauban ons uitgeleide uit Le Palais. Om duidelijk te maken dat het pad voorts (gelukkig) geen stedelijke allures heeft, verschaft een Moria-achtige poort ons toegang tot het stante pede relatief ruige kustpad. De eerste panoramische aanblik is er een om van te watertanden: een minuscuul strandje dat lieflijk geprangd ligt tussen de karakteristieke, krioelende kliffen en de van azuur- tot opaalblauw transformerende oceaan. Langs zeven gelijkaardige, maar toch totaal verschillende, diepgelegen strandinhammen dalen en klauteren we verder naar de Pointe de Taillefer, waar een ruĆÆneus fort (dat 300 jaar geleden gebouwd werd door Vauban – uiteraard – en tachtig jaar geleden dienst deed  als Duitse Atlantikwall-defensie) zich tot exploratie leent.

Gedurende de rest van de route naar de noordelijke ronding van Belle-Ǝle-en-Mer trakteren we onszelf op een gerechtvaardigd gerstenatje in Port Jean (waar zwemmers, zeilboten en zeemeeuwen een paringsritueel doen) en een boekweitpannenkoek in de excessieve baai van Sauzon. Eenmaal onze innerlijke mens versterkt, bereiken we de plek die zowat alle Belle-Ǝle-brochures siert: de vuurtoren op de Pointe des Poulains. Op dit schiereilandje, dat bij hoogtij in zee verzinkt, voel je je nietig in aanwezigheid van de ā€œtegen de rotsen botsende klotsende hotsende watermassa, basis van alles en van heel wat gedichtenā€, om auteur Jeroen Theunissen treffend te citeren. Machtig mooi in al zijn natuurlijke eenvoud!

Langs een uitdagend golfterrein (dat aan alle elementen is overgeleverd), slaan we af op zoek naar een geschikte bivakplaats. Geschikt blijkt een uitermate groot understatement als we de Plage de StĆŖr-Vraz naarstig naderen. Met een verkwikkende zwempartij bij valavond spoelen we al het zweet en stof van ons af, waarna we vanuit een excellent arendsnestje boven de baai genieten van spijs en drank. Zelfs een meeuwenstront op onze tent is snel uit het geheugen en het zeildoek gewist. De ritmisch voorbij wuivende lichtbundels van de vuurtorens van Poulains (in het noorden) en Goulphar (die daags nadien continu ons zuidelijke mikpunt zal zijn) wuiven ons ten slotte gedwee in slaap.

šŸ‘£ Plage de StĆŖr Vraz – Port Goulphar (18 km)

Als ware kustwachters flankeren enkele koene kajakkers en een lange colonne zeilschepen ons tijdens de eerste stondes van onze tweede wandeldag. Het is niet toevallig dat het ā€˜verkeer’ op zee hier iets toeneemt, want aan deze (zuid)westelijke kant van Belle-Ǝle-en-Mer zijn de kliffen nog veel spectaculairder en dieper geĆ«rodeerd dan aan de lieflijkere oostkust. Ietwat contradictorisch misschien, maar net door die rijzigere rotsen is het wandelpad hier een tiental kilometer lang egaler, opener en minder glooiend. Al deze baaien naar beneden hotsen zou gekkenwerk zijn. Hoog en droog aanschouwen we ettelijke drijvende stenige kolossen, landtongen en grotten, met de Grotte de l’Apothicairerie als beste medicijn tegen hoogteziekte.

Vanaf de prachtige Port de Borderun wordt de hoogteteller wel weer snedig aangezwengeld (driewerf hoezee!), hetgeen een iets oudere vrouw in ons vizier zelfs ten gronde doet zijgen. Die acute knieval vergoelijkt ze met de (ons ietwat beschuldigende) frase ā€œIk ben hier in het nadeel met mijn kortere benen!ā€. Na dat intermezzo voeren onze lange benenwagens ons verder naar het door surfers overspoelde lange zandstrand van Port de Donnant, waar een sanitaire noodstop halleluja-kreten doet opstijgen uit een perfect gesitueerd bosje.

Eens we ons tegoed hebben gedaan aan golfscherende impressies en exquis geplet proviand, zetten we al de eindsprint van deze etappe in. Die laatste penseelstreken over dit gedeelte van het kustpad zijn succulent. De parmantig uit het diepe blauw priemende Aiguilles de Port Coton inspireerden Claude Monet tot een kwartet sfeervolle schilderijen Ʃn ons (en een horde toeristen die duidelijk niet de hele GR-route wandelen) tot enkele minder arbeidsintensieve kiekjes. In de rustieke baai van Port Goulphar, die door menigeen als de mooiste inham van het eiland wordt omschreven, houden we nog halt voor onze dagelijks zwemfestijn tussen de voor anker liggende plezierbootjes.

Ons eigen anker slaan we uit (en bijgevolg slaan we onze haringen er in) bovenop de kliffen rond dat zwemparadijs. Na een gastronomisch gevulde pannenkoek en bijhorende degustatieve cider in de charmante CrĆŖperie Coton (waar de gastvrouwen klaarblijkelijk ook gecharmeerd zijn door onze aanwezigheid) zien we de zon nog zwierig en gevarieerd veelkleurig zakken in de zinderende zee.

šŸ‘£ Port Goulphar – Port Andro (24 km)

ā€œL’étape reineā€ kondigt zich met veel bravoure en een zwoel opkomend zonnetje aan! Deze zuidelijke kust- en klifstrook wordt met recht en rede de ā€œcĆ“te sauvageā€ genoemd. Het gekkenwerk waarover gisteren sprake wordt vandaag wĆ©l bewaarheid, met een amalgaam aan uitgehouwen ezelspaden die de baaien in- en uitslingeren. Een vooruitblik op al dat zware lekkers krijgen we vanaf het meteo- en radarstation op de uitstekende Pointe du Talut: voor ons tekenen krinklende winklende waterdingen kilometerslang het landschap, met aan de einder twee uitstekende Pointes.

Veruit de meest technische aflopende rotswand krijgen we daarna meteen onder onze houvast zoekende voeten geschoven. In de kilometers landinwaarts lopende Port de Kérel-inham doet het GR-pad er alles aan om zo min mogelijk op een begaanbaar pad te lijken. Hemels! Ook nadien volgt een machtige mix tussen stroken waarbij we relatief rustig langs de klifwand marcheren en scènes waarbij we puffend x-aantal summa opklauteren (waarna de voldoening aan de andere kant van de baai des te bevredigender is wanneer we aanschouwen welke ogenschijnlijk loodrechte muur we zonet bedwongen hebben).

Na achttien allesomvattende kilometers, waarbij we tijdens de laatste lendenrukken nog een partij prachtig in de diepte opdoemende stranden passeren, pauzeren we pauselijk op de meest zuidelijke landengte Pointe du Skeul. Waar dit schiereiland vanochtend een microscopisch puntje aan de horizon was, ontwaren we nu mijlenver verwijderd de radarmasten op de Pointe du Talud. Mooi wandelstukkie om het met onderdrijving uit te drukken!

Nu opnieuw noordelijk navigerend, met in de rustig geworden oceaan de kleinere eilanden Houat en Hoedic drijvend Ʃn zelfs het Franse vasteland al in zicht, zweven we de plots weer begroeide rotswand af naar onze etappehalte Port Andro. Daar aangekomen (je raadt het wellicht al) is het eerst weer tijd voor oceaanexploratie, gevolgd door campinginauguratie (waar afschuwelijke Annabelle-poppen en een grondig geschrobde eenhoorn ons ietwat uit ons lood slaan) Ʃn een door de nodige Leffes geaccompagneerd burgerfestijn. Wat een ontzaglijke topdag!

šŸ‘£ Port Andro – Le Palais (14 km)

Er wordt weleens beweerd dat het weer onze gemoedstoestand reflecteert. Dat klopt. Ietwat beteuterd als we zijn omdat we al onze laatste dag aanvatten op dit elysische eiland, gaan de hemelsluizen dan ook wagenwijd open terwijl we ons bivak afbreken. Een kwartier later is echter alles alweer (bijna) zonneklaar. Tot spijt van wie het benijdt (hier en daar wordt een viriele vloekterm in het rond geslingerd) en tot jolijt van wie het verheerlijkt, heeft het pad als slotstuk geen zondagse rode loper uitgerold, maar blijft het richting de vuurtoren van Kerdonis en het ultralange Plage des Grands Sables soms subliem steil stijgen.

Na de allerlaatste chocoladebroodjes, die intussen zo flinterdun geplet waren als pannenkoeken, vraatzuchtig te hebben verorberd (waarbij ons middagmaal geĆÆnterrumpeerd werd door een heerschap dat wel heel geniepig uit de bosjes kwam gezwalpt), huppelen we als intussen volleerde klifgeiten de laatste intense inhammen door. Vanaf de rotsige uitloper Pointe du Fort zien we Le Palais opeens vlakbij opdoemen en voor we het goed en wel beseffen struinen we door de smalle steegjes naar onze begin- en eindelijke GR-lantaarnpaal op de scheepskade.

Een afsluitende kasserol Bretoense mosselen in combinatie met een Affligem vormen de perfecte brug tussen dit beminnelijke Belle-Ǝle en onze Vlaamse hofstee. Terwijl wij letterlijk duimen en vingers aflikken, verft een amateurschilder (die ons jandorie voor Duitsers aanziet) aan het tafeltje naast ons een aangenaam aquarel van de havengeul. Het is zeker geen Monet-meesterwerk, maar typeert wel dat Belle-Ǝle-en-Mer vanuit elke hoek (of beter: klif) extreem schilder-, kijk-, begerens- en vooral wandelwaardig is.

De vier etappes schematisch weergegeven:

Plaats een reactie