🇮🇪 Waarlijk wonderlijke Wicklow Way-wandeling

The Wild Rover

“I’ve been a wild rover for many’s the year
And I’ve spent all me money on whiskey and beer”

Voor we als zwervers de hort op konden op het wereldvermaarde Wicklow Way-wandelpad, stond een opwarmtoertje door  het dolle Dublin op onze groen-oranje kalender aangekruist. De Wild Rover indachtig verdeden we een aardig zakcentje aan fel getaxeerde pints in het levendige Temple Bar-doolhof. Aan aanbodzijde alvast geen gebrek: naast de obligatoire Guinness sieren ook legio lagers, red ales, ciders, IPA’s en Heineken-afvalwater de Ierse tapkranen (en groteske pitchers).

Tussen het degusteren door profiteerden we ervan om onze stappenteller al te laten warmdraaien. Tijdens onze stadstournée vergaapten we ons aan de mooie Molly Malone (“cockles and mussels!”), aan Oscar Wildes excentriek poserende evenbeeld in Merrion Square (waar we op het nippertje een ballonvaart misliepen), aan het Harry Potter-inspirerende Trinity College (met heel alerte surveillanten), aan de catacomben van Christ Church Cathedral (waar gemummificeerde en levend verklede artefacten ons verrasten) en aan een wel heel peculair 120 meter hoog naaldmonument (“All art is useless”, om Wilde te citeren). Als klap op de vuurpijl werden we ’s avonds ook nog een scenario (“You’re in!”) ingezogen en werd ik daarvoor omgetoverd tot Ken, al waren die improvisatierol en naamsverandering gelukkig van korte duur.

👣 Eerste etappe: Glenmalure – Glendalough

The Glendalough Saint

“In Glendalough lived an old Saint.

Renowned for learning and piety.

His manners was curious and quant.

And he looked upon girls with disparity.”

Over naar het echte werk: wandelen! Na anderhalf uur op de trein en een kwartiertje in de schoolbus kon onze vierdaagse exquise queeste aanvangen in valleigehucht Glenmalure. De bezongen oude, leergierige en vrome heilige uit onze aankomstplaats Glendalough gaf ons gedwee zijn zegen, want het Ierse weerstereotype ontkrachtend kregen we schitterend wandelweer van 25°C voorgeschoteld. Vanaf de eerste passen openbaarde de Wicklow Way zijn wonderlijke schoonheid, aanvankelijk met een bosrijke spiraalstijging en nadien met een rotsige tweetrapsraket naar het zenit van Mullacor Saddle. Op een hoogte van 600 meter werden we opgezadeld met de eerste kiekwaardige panorama’s (die de dagen nadien toch nietig zouden uitvallen ten opzichte van het iets noordelijker gelegen landschap).

Bekoorlijke, beschutte boswegels gidsten ons vervolgens richting de Glendalough-vallei. Niet voor niets één van de meest geliefkoosde weekendbestemmingen van veel Dublinners. Samen met de Poulanass-waterval stortten we ons als de wiedeweerga naar het imposante Upper Lake. Die overweldigende oase smeekte uiteraard om een verfrissend duik-, dobber- en schoolslagmomentje. (Geluk)zalig! De juiste plaats op het juiste moment, want een local wist  ons te vertellen dat het die dag voor het eerst in zijn leven warm genoeg was om daar te kunnen zwemmen.

Als verfriste hoentjes dartelden we naderhand via enkele eeuwenoude religieuze ruĂŻnes de laatste twee kilometers naar ons jeugdhostel. Liederlijk nakaartend over deze enigmatische eerste wandeldag in het enige restaurant van het dorp, zagen we onze avond ei zo na vergald worden door een horde half verdwaalde Hollanders naast ons, maar dat was buiten Danny gerekend. Die sympathieke West-Vlaamse bakker (die wereldberoemd is als bedenker van de Florentientjes) scheurde zich los van zijn Nederlandse gezellen en entertainde ons tot sluitingstijd.

👣 Tweede etappe: Glendalough – Roundwood

We’re on the Road

“We’re on the one road, sharing the one load.

We’re on the road to God knows where.

We’re on the one road.

It may be the wrong, but we’re together now who cares.”

Wij waren nog steeds op de juiste weg! Na een kleine surpluslus als ochtendloopje (de 10km-lange bewegwijzerde Spinc and Glenealo Valley Walk; extreem de moeite, met schitterende uitzichten rondom het Upper Lake, langs grazende reeën en door een memorabel mijndorpje) nam de Wicklow Way ons weer mee in zijn zog. De kuiten werden opnieuw terstond geprikkeld langs enkele donkerbeboste heuvelhellingen boven de Glenmacnass-vallei, waarna met de zonovergoten Paddock Hill één van mijn persoonlijk plezantste klauterpartijen van de route opdoemde. Zonnecrème uitzwetend werden we beloond met een (terug)blik op het reeds bewandelde landschap.

De passage nadien was iets minder ravissant, met een kilometerslange asfaltbaan. Gelukkig was er in die zone een volledig Bundesland Duitse jongeren gedropt, waardoor we onze talenkennis konden opvijzelen. Wunderbar! Halverwege de etappe deden de enige halfuur durende regenbui van onze reis en een snelle siësta ons deugd.

Opgekalefaterd laveerden we de frivole Ballinafunshoge-heuvel op, van waaruit meerdere (stuw)meren ons langs alle kanten weer toelachten. Een laatste hoogte en dal later stonden we al aan het hek van onze B&B (Lus Mor) in Roundwood. In dit afgelegen oord vloog de avond vliegensvlug voorbij. Zo beslechtten we voor eens en voor altijd wie nu de baas is van Kerstmis (Jezus of de Kerstman?) en plunderden we (mits vergoeding uiteraard) net niet de volledig geëquipeerde koelkast.

👣 Derde etappe: Roundwood – Enniskerry

Among the Wicklow Hills

“As I gaze across the mountain

I relive a moments joy

The same old Wicklow Mountain

where you ramble as a boy”

Geen herinneringen aan jeugdige zwerftochten, maar wel des te meer vreugdevolle momenten tijdens deze koninginnenetappe van Roundwood naar Enniskerry. Een met oplopende treden vergulde bospromenade spreidde de bruine loper uit richting wow-tijd. Een eerste westelijk zijtapijt leidde naar een heuvelhabijt, waarna een oostelijke zijsprong de Ierse Zee in zijn volle glorie reflecteerde. De meest magnifieke aller uitzichten (en dé Ierse maatstaf der dingen) volgde nog een kronkelige hobbel verder: een plaatje om in te kaderen met Lough Tay en diens omgeving als pièce de résistance.

Samen met ons enthousiasme wakkerde nadien de wind ook aan. Beukend tegen dat element was het spitsroeden lopen om ons evenwicht te behouden op het smalle houten wandelpad. Een misstap was gelukkig geen te erg abuis, want het omliggende weiland verzoop op de meeste plaatsen niet in zijn zompigheid. Waar de Wicklow Way aan een vliegtuigcrashsite oostelijk draait, snuffelden wij nog enkele honderden meters verder in noordelijke richting.

Djouce Mountain, met zijn 725 meter het hoogste punt van de Wicklow Way, verlaat enkele honderden meters het Pad, maar is absoluut de kleine omweg (die eigenlijk zelfs een shortcut is) waard! Als volleerde heuvelgeiten hinkelden we naar de top, waar een unuksuk-toren en geodetisch herkenningspunt enige houvast boden. Eenmaal wederom beneden ge(z)waaid ontloken de zon, een loodrecht niemendalletje als digestief én de lager gelegen Powerscourt-waterval zich aan ons zicht. Eén rouwmoment onderbrak deze prachtdag: onze pas verworven mascotte was plotsklaps vermist!

Een lommerrijke bochtentocht rond de Glencree-rivier en een passage tussen torenhoge varens (waar een plompverloren hinkende fietsster zowel het noorden als het zuiden kwijt was) hielpen om het mascottemankement te boven te komen. Ook het avondrelaas in het typische Ierse Enniskerry was warempel weer de moeite. Drie dingen blijven me van die avond bij: de traditionele Ierse gezangen (en bijhorende luchtgitaarsolo’s) in de pubs zijn écht cultureel erfgoed om te koesteren, een “kleine Guinness” hoef je absoluut niet te koesteren én het adagium dat Ieren en Engelsen elkaar nauwelijks kunnen luchten, klopt wel degelijk als een dubbeldekbus.

👣 Vierde etappe: Enniskerry – Dublin

Rocky Road to Dublin

“On the rocky road to Dublin.

One, Two, Three, Four, Five.

Hunt the hare.

And turn her down the rocky road.

And all the way to Dublin.

Whack follow de rah!”

“Whack follow de rah!” Met dat machtig klinkende motto voor ogen vatten we de laatste etappe van onze 80 kilometer mooie Wicklow Way-wandeling aan. Dat die eindweg naar Dublin bijwijlen ruig, rotsig en op die manier eveneens ravissant is, ondervonden we wederom snel tijdens de opgaande uittocht naar Prince William’s Seat. Vanuit dat majesteitelijke arendsnest doorweefden de zuidelijke heuvels, de zilte zee en de eerste priemende aanblikken van Dublin elkaar megamooi. Enkel een eigengereide drankfles verstoorde deze genotvolle aanblikken kortstondig.

Via het gehuchtje Glencullen wreven we ons niet veel later samen met enkele andere wandelaars (tijdens deze etappe kwamen we voor het eerst redelijk veel lotgenoten tegen; tijdens de andere dagen bleek nogmaals dat heugelijk hiken – gelukkig maar – nog geen massatoerisme is) in de handen met het vooruitzicht van de laatste hoogtemeters van de Wicklow Way. En die laatste opwaartse stondes waren van splendide kwaliteit!

Hier en daar een zacht zuchtje en een krakend gewricht horend, huppelden, hotsten en hinkten we de Two Rock Mountain op. Zonder veel poeha een prachtige piek, aan wiens voeten het vanuit de lucht megalomane Dublin opdoemde. De geur van gebrand mout en Guinness-gist volgend vlogen we uiteindelijk bergaf naar Marlay Park, aan de rand van de hoofdstad, alwaar honderden oldtimers ons statig naar het laatste bordje van de Wicklow Way begeleidden. Wat een ultrafijne wandeltocht!

“Alive, alive, oh.

Alive, alive, oh.

Alive, alive, oh.

Crycing, “cockles and mussels”, alive, alive, oh”

Molly Malone-gewijs sloten we levend en wel (oh!) ons wandelavontuur af met een verrukkelijke kom mosselen, terwijl onze memorabele mascotte enkele tientallen kilometers zuidelijker van zijn nieuwe leven tussen heuvels en meren genoot.

Plaats een reactie